Overwegen

In de bloembol is de krokus

In de bloembol is de krokus,
in de pit de appelboom,
in de pop huist een belofte:
vlinders fladderen straks rond.
In de koude van de winter
groeit de lente ondergronds,
nog verborgen tot het uitkomt,
God ziet naar de schepping om.

Elke stilte kent zijn zingen,
zoekt een woord en melodie,
ieder duister wacht een morgen
in dat licht is alles nieuw.
Het verleden bergt de toekomst,
wat die brengt, je weet het niet,
nog verborgen tot het uitkomt,
God alleen herschept en ziet.

In ons einde is de aanvang,
in de tijd oneindigheid,
in de twijfel ligt geloven,
in ons leven eeuwigheid,
in de dood het nieuwe leven,
overwonnen alle strijd,
nog verborgen tot het uitkomt,
God alleen herkent die tijd

Ik houd van dit lied waarin de dichter oog heeft voor wat was, voor wat is en voor wat komt. De winter draagt al de belofte van de lente in zich, het duister ziet uit naar de morgen die zál komen. De twijfel is niet zonder geloof, ons einde is een nieuw begin.

De slotregels van de coupletten belijden drie keer op een rij: niet wij mensen zijn het handelend subject, maar het is God die omziet, herschept, ziet en herkent. Hij staat borg voor de toekomst, voor ons leven, voor de oogst. We zijn niet overgeleverd aan de grillen van de natuur, zelfs niet aan een onzichtbaar virus. De God van Israël, de Vader van onze Heer Jezus Christus, is degene die was, die is en die komen zal. Zoals Jezus voor zijn hemelvaart belooft aan de leerlingen: “... houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.” Tot die dag mogen wij leven en ademen in het geloof dat God ons nabij is in zijn Geest. Mogen we (weer) dopen en gaan de deuren van de kerk voorzichtig verder open.

Dit laatste roept in mij de vraag op: zijn de deuren eigenlijk wel dicht geweest? Er is in de media en misschien ook in onze gesprekken met collega’s of in de kerkenraad veel aandacht voor de kerkdienst: wat kan wel en niet, hoe gaan we het doen, wie nodigen we uit? Belangrijke vragen en een begrijpelijk verlangen. We missen het samen zingen en het persoonlijke contact bij het koffiedrinken na de dienst. Je zult maar alleen wonen en de hele week niemand zien.

Terug naar de vraag die in mij opkomt: zijn de deuren wel dicht geweest? Als kerk-zijn het gebeuren is waar we de ontmoeting tussen God en mens zoeken en vinden, als de gemeente van Christus de werkelijkheid is waar we de ander zien vanuit het perspectief van genade en vrede, verzoening en gerechtigheid, dan zijn de deuren van de kerk in de afgelopen maanden niet dicht geweest en zullen ze ook niet dichtgaan. Op allerlei manieren is en wordt de Woordverkondiging en de lofzang gaande gehouden. In een veelvoud aan vormen zien mensen naar elkaar om, in navolging van de Levende die naar ons omziet. De deuren waren niet dicht, want waar Christus is, daar is kerk!

We gaan de zomer in. Voor velen een periode waarin wat extra tijd is voor ontspanning en bezinning. Misschien een goed moment om voor jezelf de balans op te maken: wat heb ik gemist in de afgelopen maanden? Wat is voor mij écht van waarde? Maar ook de vraag: zijn er dingen die ik altijd heel belangrijk vond, maar die ik eigenlijk helemaal niet gemist heb? Hoe reageer ik in een tijd van crisis en onzekerheid? Ga ik juist in de overdrive of word ik passief? Het zijn vragen die we onszelf individueel kunnen stellen, maar die je ook kunt stellen in het kader van kerk-zijn. Waar ligt het hart van mijn werk als ambtsdrager? Waarom zijn wij - als gemeente - hier in dit dorp of deze stad? Vragen om bij stil te staan.

Graag wens ik u allen een goede en gezegende zomerperiode!

God zal je hoeden, Christus je voeden,
Geest van hierboven geeft zin en zicht.
God schenkt je warmte, geneest en omarmt je,
vriend in het duister en gids naar het licht.

juni 2020

Pinkstergroet

“Slechts dat wat uit de hemel komt is in staat werkelijk zijn stempel op de aarde te drukken.”

Simone Weil

In het programma ‘Met hart en ziel’ zag ik een bijzondere kerk in Dongen. De toren staat fier overeind, het koorgedeelte en de zijbeuken zijn dicht, maar van het middenschip ontbreken de ramen en het dak. Het doet me denken aan de situatie waarin de kerken zich op dit moment bevinden. Het kerkelijk leven staat op de tocht, we missen het gezamenlijke dak boven ons hoofd. We kunnen voorlopig niet uit volle borst ‘U zij de glorie’ zingen en elkaar alleen op veilige afstand ontmoeten.

De uitspraak van Simone Weil las ik in het boek ‘Alle dingen nieuw’ van Erik Borgman. Het beeld van de kerk in Dongen en deze woorden zetten me aan het denken over de kerk, juist ook in het licht van Pinksteren. De kapotte ramen en het open dak maken ons kwetsbaar. De elementen hebben vrij spel, we voelen de tocht. We verlangen naar een veilige haven, een plaats om alleen of samen beschutting te vinden.

Je kunt ook met andere ogen naar de kerk in Dongen kijken. Door het ontbrekende dak richten we onze blik op een open hemel. Het licht kan vrij naar binnen vallen. De kapotte ramen en de open deur verbinden ons met de mensen die ‘buiten zijn’. De wind waait schoon wat oud en stoffig is. In de crisis voelen we pijn en verlangen we naar ‘normaal’, maar realiseren we ons ook: Christus is niet gebonden aan de stenen en de glas-in-lood ramen. Hij verbindt zich met de levens van mensen die aangeraakt zijn door zijn verzoenende liefde en in hun leven zijn liefde en trouw willen delen. Christus is aanwezig in een ‘gemankeerde kerk’, omdat Hij zichzelf liet breken en zijn liefde schenkt aan ‘gemankeerde mensen’. Juist ín de gebrokenheid spreekt Jezus Christus ons aan en deelt Hij ons leven. Door de gebrokenheid heen wijst Hij ons op de open hemel waaruit de Geest tot ons komt. Komend uit de hemel ‘drukt hij zijn stempel op aarde’, ook door mensen heen.

mei 2020

Raak mij niet aan...